NECTON

Der Weg ist das Ziel

De Necton gaat naar Amerika!

startGa meteen naar laatste bericht en fotoos! (bijgewerkt op donderdag 20 september)
00Amerikaanse vlag

Een Amerikaanse belangstellende meldt zich voor de Necton.

 

 

 

 

 

Ons schip wordt grondig bekeken, gekeurd  zowel CE als technisch, aangepast en zo bereiken we begin juli een koopovereenkomst.

Deel van de deal is dat Aldert het schip als kapitein samen met de nieuwe eigenaar naar Amerka brengt. 

 Maar hoe kom je aan de overkant? De oversteek over de Noord Atlantic kan op twee manieren:

1. Om de zuid:
Via de Canarische eilanden, Cabo Verde naar de Carieb en dan weer omhoog. Een zonnige optie, die door de orkanen in het Caraïbisch gebied kan vanaf januari. Nu in juli, valt dit af.
2 Om de noord:
Omdat de wind op onze breedte voornamelijk west is, betekent recht oversteken, tegen de wind in en dat is geen doen. Het alternatief is hogere breedten zoeken, dus via IJsland naar Groenland en dan oversteken naar Newfoundland. Zo kom je bij de noordelijke winden, ergo halve wind zeilen. Wel is het een behoorlijk stuk omvaren, maar Groenland nog eens zien is bepaald geen straf.
Ook deze optie heeft zijn beperking, want de Noord Atlantic is heftig water en vooral in de herfst zijn er veel stormen. In mijn jonge jaren voer ik hier ooit op het weerschip Cumulus en de bergen water die ik toen met eigen ogen in de herfst en winter heb gezien, wil je met een klein schip niet meemaken. Haast is dus geboden om in de zomer de overtocht te maken.

Onze vakantie is in juli gepland met als bestemming is de westkust van Schotland. Dan ben je al een mooi stukje op weg naar Amerika en zo is de afspraak gemaakt dat Matt, de nieuwe eigenaar, naar het eiland Lewis vliegt om daar aan boord te stappen. Anne gaat terug naar Groningen en gaat zich in ons tijdelijk onderkomen aan de Oosterhaven inrichten. Zoon Jurjen vaart in augustus mee en gedrieën gaan we de overtocht maken.

Vakantie juli 201826 juli

We beginnen onze vakantie zoals vaak, naar ons geliefde Helgoland. Lekker goedkoop tanken en genieten van de bijzondere atmosfeer op dit unieke eiland. We hebben geluk en kunnen zowaar voor de kant liggen. Dat duurt echter maar even, want al snel hebben we 5 schepen langszij. Het “pakchjen liegen" hoort een beetje bij Helgoland. 

Een straffe wind waait op het eiland uit het Noorden; die laten we even uitwaaien.  De voorspelling is een aantal dagen lichte wind, wel uit het zuidwesten en dus goed om naar Schotland te varen. Daarna weer Noord, dus tijd om te vertrekken. We schrijven 14 juli 2018

01Sluis Lauwersoog 02Helgoland 03Vaarwel Helgoland 04Noordzee

Het is een kleine 500 zeemijlen naar Inverness, de ingang van het Caledonisch Kanaal. Mijn vader heeft dit kanaal ooit met zijn coaster bevaren en het stond nog op het verlanglijstje. Via PassageWeather.com kijken we een aantal dagen vooruit en zien dat deze over een paar dagen tegen draait . Het is zaak voor die tijd bij de ingang van de Morray Firth te zijn. Omgerekend naar een uurgemiddelde, kom ik uit op 5.9. Als we door te weinig wind een beetje tekort komen, snort de Volvo Penta een beetje bij en zo halen we ruim onze 5.9 mijl. De eerste dag van 24 uur leggen we 150 af, de 2e zelfs 157 mijl.

We genieten van het zeilen en als het even kan de motor uit en enkel het gefluit van de wind en de golven langs het schip. We zetten de klok een uur terug en wennen zo alvast aan de Engelse tijd. De tweede dag gaan we de 0 meridiaan over en varen we weer op het westelijk halfrond. Zal de Necton ooit nog het oostelijk halfrond terugzien? 

Het is altijd weer spannend om na een aantal dagen op zee weer contact met het land van aankomt te maken. Eerst hoor je op de radio de bij hun bekende klanken. Er is veel klassieke muziek bij de BBC.
Dan begint het aftellen: nog 100; nog 50; nog 20 nog 10 zeemijl en dan weer het genoegen om met je mobiele telefoon te kunnen communiceren. We zijn zo gewend geraakt om altijd en overal internet beschikbaar te hebben; op zee moeten wij het zonder doen. De investering destijds om ook aan boord internet te hebben was destijds ver boven ons budget.

De eerste landindicatie zijn windmolens op zee. De meeste landen gebruiken ze nu om hun CO2 uitstoot binnen de energievoorziening te verminderen. Dan zien we de eerste vogels: Jan van Genten scheren sierlijk over de golven.

07Aankomst Schotland

Na een aantal dagen op zee is het altijd weer bijzonder om de kust van een nieuw land te zien. Na drie dagen op zee zien we Schotland opdoemen en vertrouwde lijnen tekenen zich aan de horizon af. Het is verleidelijk om een mooi haventje aan de kust aan te lopen; we varen door naar Inverness. Helaas laat de wind het afweten en varen we uiteindelijk alleen op het voorgrootzeil tegen het slingeren verder. De scheepvaart is rustig en in de Moray Firth varen we op ruime afstand van de kust om zoveel als mogelijk vissers te mijden.

Als ik de wacht overdraag aan Jurjen, meld ik nog een keer dat het best mogelijk is dat er met staande netten wordt gevist. Anne houdt Jurjen op zijn wacht gezelschap en zij ziet als eerste de kleine boeitjes op een rij. Jurjen wijkt op tijd uit en voorkomt zo dat we de netten in de schroef krijgen. Gelukkig gaat het in de nacht goed en lopen we met het ochtendgloren de Firth van Inverness in. Aan stuurboord ligt het stadje Cromarty, waar ook een windgebied naar is vernoemd. Ooit wil ik daar nog eens naar toe; nu is onze tijd nodig voor het Caledonisch Kanaal.

In de versmalling bij Chanonry Point zien we een grote groep toeristen op het strand. Ze kijken naar de bruinvissen, die hier in het wilde snelstromende water gemakkelijk voedsel vinden. Ze springen soms boven het water uit en komen even bij ons op bezoek en zwemmen met ons mee. Na een poosje gaan ze terug naar hun luilekkerland.

Wij varen op de brug aan, die 26 meter hoog moet zijn; ruim voldoende voor onze juist exact opgemeten 18 meter. Toch blijft het altijd weer spannend de brug zo dichtbij te zien. Met het oog is hoogte schatten moeilijk. 

Bij de sluis aangekomen moeten we even wachten en drijven buiten op de stroming. Twee jachtjes voor ons gaan tergend langzaam de sluis in; dat beloofd nog wat in het kanaal…Eenmaal de sluis uit drijven we met drie mijl per uur achter de bootjes aan en vrijwel direct achter de sluis is de jachthaven. Daar krijgen we een plaats op de kop van steiger 5 aangewezen. We zijn aan de overkant!

 

05Avondrood 06Booreiland  08Dolfijnen  09Brug Inverness

Inverness is een oude stad met een klein centrum en de kleuren zijn vooral grijs. We bezoeken diverse winkels, waarbij opvalt dat ook de Lidl hier voet aan de grond heeft gekregen. Samen met de Aldi hebben ze grote nieuwe winkels met een breed assortiment. De watersport is er klein en we zijn maar verwent met het aanbod van Kniest.

De vriendin van Jurjen, Janneke komt aan boord en neemt als escorte een paar vriendinnen mee. We hebben een gezellige avond en in Katrin herken ik een zee-vrouw.
Het Caledonisch Kanaal heeft een lengte van 50 zeemijlen; heeft 29 sluizen en 10 draaibruggen. De sluiskamers zijn 45 meter lang; 10,6m breed en 4,10 diep. De vrije doorvaarthoogte = 35 meter.
In de sluizen gaat het er gemoedelijk aan toe. Soms zijn er meerdere sluizen achter elkaar en wordt van de bemanning verwacht dat er twee met een touw voor en achter meelopen naar de volgende sluiskamer. Per keer gaan we gemiddeld drie meter omhoog.
Tussen de sluizen is een klein kanaaltje, waar je om de oevers niet te beschadigen maximaal 5 knoop mag varen. 


Necton in Loch Ness
(filmpje)
Na een halve dag varen, bereiken we Loch Ness. 
Majestueus steken aan beide oevers de bergen steil de lucht in. De oevers zijn met loofbos begroeid. Aan de noordkant zien we de (snel)weg, waar we ooit zelf op een vakantie langs reden. Op diverse plaatsen zijn er uitkijkposten om naar het meer te kijken en wij kijken op onze beurt weer naar hen.
We ankeren in Urquhart Bay, waar Janneke het lef heeft om in het 16 graden warme water te springen. Wij kijken met een glas Whisky toe...

11Janneke 11a Loch Ness 10Kasteel loch Ness
We beleven een avond in een wel heel bijzondere omgeving en genieten van de atmosfeer.
De volgende ochtend gaat het verder en in Fort Augustus is weer een trapsluis. Het is een heuse toeristische attractie en het ziet er zwart van de mensen. We moeten er lang wachten en verliezen er een dag.
We varen verder over Loch Oich en Loch Lochy, twee grote langwerpige meren. In een druilerige ochtend hangen grijze regenwolken op de bergen. De meren zijn verlaten en wij varen er alleen; Schotser kan het haast niet.
Na weer een kanaaltje, komen we bij "de staircase". Hier gaat het met 8 sluizen achter elkaar naar beneden en na nog een klein kanaaltje en 3 sluizen verder, bereiken we de westkust van Schotland en zijn we weer op zout water.

12Anne aan de touwen 14Jurjen aan de touwen 13fort Augustus 15a mist rolling in from the sea

We willen graag Oban bereiken, waar de jachthaven midden in het stadje is. In de namiddag varen we door de smalle Loch Linnhe. Wolken dalen op de bergen neer en in combinatie met de lage zon, geeft het mooie beelden. Na 8 mijl komen we aan bij de versmalling van de Corran Narrows en gelukkig hebben we nog stroom mee. Net na het smalste stuk, lopen we 11 knopen SOG; dat schiet lekker op!

We varen tussen de eilanden door en passeren Port Appin. Eenzame ruïnes met vaak alleen nog een vierkante toren kijken op het water neer.
Op het laatste stukje begint het ineens te waaien en we beginnen zowaar een beetje te slingeren. Janneke vindt het alleen maar komisch.
We bereiken de haven en ergens achterin vind ik een mooi plekje. Dankzij de beide schroeven draaien we ter plekke en meren af. We houden twee dagen vakantie op een mooie plek.

16Aankomst Oban 17Vertrek Oban 18Aankomst Tobermory 19Tobermory

Als we Oban verlaten, steekt er een zuidwestelijke wind op; mooie wind om te zeilen. Jurjen begint enthousiast met de voorbereidingen om de zeilen te hijsen. Als de boegspriet uit is, valt de wind plotsklaps weg. We kijken elkaar wat verbaasd aan; zo snel een zo grote verandering!

Het wordt nog gekker: het wolkendek valt op het water en van het ene op het andere moment zien we niets meer. Volledig in een dikke mist gehuld, kunnen we gelukkig gebruik maken van de instrumenten radar in combinatie met de kaartplotter. Een veerboot die ons aan stuurboord passeerde is niet meer te zien en ik hoor een ander schip voor mij op de misthoorn blazen.
Jurjen kijkt op de AIS en ziet dat er een tegenliggend passagiersschip aan komt, die op 0,1 mijl passeert. Dat is veel te dichtbij en ik wijk uit naar stuurboord. De misthoorn van het naderende schip beantwoord ik met onze kleine toeter en gelukkig verplaatst het geluid zich. Hij passeert op 0,5 mijl, maar we zien hem niet, we horen hem wel.
Helaas komt van zeilen niets; wel trekt na verloop van tijd de mist op en kunnen we de oevers van de Sound of Mull zien. Vlak voordat we Tobermory aanlopen, breekt heel even de zon door om zich daarna voorgoed achter druilerige regenwolken te verstoppen.
Wij vinden een mooi plekje aan een nieuw aangelegde steiger. Het triestige weer komt een beetje overeen met wat de Pilot ervan zegt. Het kan door invloed van steile bergen heel snel omslaan in zowel richting als sterkte en vaak komt mist voor; klopt allemaal...
We maken een wandeling lang de veelkleurige huisjes aan het water en klimmen naar de huizen bovenaan de klif. Even de benen strekken en morgen weer verder.

20vertrek Tobermory

Net als in 2006, varen we naar Loch Na Cuilse, aan de zuidkant van het woeste eiland Skye. Ik heb iets met vulkanen. Ze trekken me aan en als ik er ben, wil ik zo snel mogelijk weer weg. Op onze rondreis rond Groot Brittanië, hield ik het to de avond uit en wilde ik toen vertrekken, tegen alle logica in. Die frustratie wil ik graag opruimen en nog een keer varen we de zeer smalle ingang binnen. Onder water pal naast het eiland ligt een rots onder water en geen wonder dat het schip, wat pal voor de baai ten anker ligt, daar niet doorheen durfde. Wij trekken de kiel iets op; op het moment suprême de schroeven in de vrijloop, waardoor ze inklappen en weer gaat het goed.
We ankeren in een adembenemende baai met rondom ons prachtige hoge bergen. Met regelmaat worden er trekkers met kleine bootjes afgezet en ook een volledig in Schots tenue gehulde bruidegom, komt zich hier met zijn bruid laten fotograferen. Ik feliciteer ze met een buiging. De exacte locatie van deze bijzondere plek is 57 11.8N en 006 09.9W. Anne en Jur vertrekken met de bijboot naar de kant. De zeehonden worden op de foto gezet en aan de andere kant van de bergkam worden herten gespot. Het is een hele klim!

23Skye zeehonden 24Skye herten 22Skye ankeren

De volgende dag vertrekken we naar Kyle of Lochalsh; de versmalling tussen het eiland Skye en het vaste land. Nu ligt er een brug en gelukkig is die 27 meter hoog en voor ons geen probleem. Wel moet je het getij goed uitrekenen, want stroom tegen tot een 7 mijl per uur, wil je natuurlijk niet. Meerdere keren uitgerekend en gelukkig klopt het; we vliegen door de engte met een stroom van 6 mijl mee. We zeilen het meeste en halen soms 11.4 knopen!

26Kyle of Loch Alsh 27Kyle of Loch Alsh 1 28Aankomst Stornoway 25Kachel aan

Eenmaal de brug onderdoor, hebben we een bezeilde wind en koersen op ons einddoel Stornoway. Het is prachtig zeilen, alleen neemt de wind zover af, dat het nachtwerk wordt als we doorgaan. Anne suggereert een ankerplek die we vinden in Staffin Bay, aan het noordoosten van Skye. Als we die avond heerlijk zeilen, verwonder ik me weer over de woestheid van het eiland. Scherpe pieken en ruige rotsen. Ook onder water varieert het sterk. De diepte loopt soms op tot ruim 200 meter.

Het is een beschutte baai en in de nacht waait het behoorlijk. Als we de volgende ochtend om half acht vertrekken, staat er een straffe wind. Met in het voorgrootzeil 1 rif en achter zelfs 2, is onze koers pal voor de wind. We maken eerst een slag over stuurboord en na een stormrondje zetten we koers op Stornoway. Het is alsof de Necton weet dat ze wordt overgedragen en ze wil zich graag van haar beste kant laten zien.
Over de opbouwende golven surfen we vooruit. De snelheden lopen op en gaan vaak ruim boven de 9 knopen. Bij 9.2 knopen begint ze de grommen van genoegen; het is al het spinnen van een kat.
Veel eerder als gedacht lopen we de natuurlijke haven binnen en vinden een mooie plek in de vrijwel nieuwe Marina.
Op vrijdag 28 juli komt Matt aan boord en na zijn goedkeuring draagt de notaris het schip aan hem over. Om de handeling te symboliseren, hijsen we de door Matt meegebrachte prachtig genaaide Amerikaanse vlag. Voor mij persoonlijk en voor Anne het einde van een tijdperk.
Als kapitein mag ik de Necton nog naar N.Y.C. brengen en zoon Jurjen vaart het eerste stuk mee. Vanaf nu zijn we bemanning.

29new owner

Bericht ontvangen op dinsdag 31 juli , de Necton is op maandag 30 juli eind van de middag vertrokken uit Stornoway, onderweg naar Groenland

(terug naar boven)

 

Crossing Noord Atlantic:

20sept

 

Het waait Zuid tot Zuidoost Bft 7 en ik heb zojuist een natte broek gehaald.

We zijn bijna een dag onderweg vanaf Stornoway op het eiland Lewis op de Outer Hebriden. De eilanden liggen inderdaad ver van het vast land af en het duurt lang spullen erheen te verschepen. De eilanders benoemen het als een voorrecht, zover van de wereld hun eigen wereld te hebben. Ze zijn trots op hun cultuur en zijn onafhankelijk. Een favoriet gezegde is: "geen paniek; ik kom van Lewis".

Het eiland kent in totaal een kleine 30.000 mensen en in het stadje wonen er 7.000. Het ziet er welvarend en goed onderhouden uit. Traditionele waarden voldoen hier nog steeds. We hebben een pakketje onderweg dat maar niet wil komen. We wachten al een dag extra en horen dan dat het ipv maandag wel woensdag kan worden. Op zich is een paar dagen wachten geen probleem, wel als de wind uit de goede richting komt en je de Atlantic over moet. We kunnen wel improviseren en daarom kies ik er voor te vertrekken. Op 30 juli namiddag, vertrekken we om 16.30. 

De zuidenwind staat de haven in en we stampen gezellig naar buiten. Het is altijd weer genieten om te ervaren hoe het schip tegen de aanrollende golven opklimt en ze die gemakkelijk onder haar door laat glijden. In de haven heeft Jurjen het voorgrootzeil al gehesen en achter gaat het grootzeil met 2 riffen erin omhoog. Zodra we de hoek om kunnen, varen we op veilige afstand van de rotsen de zee tegemoet. De zee tussen Lewis en de vaste wal heeft de welluidende naam van "de Minch". Nog een hoek verder kan de motor uit en zeilen we naar het noordoosten voor de wind weg. We varen in een prachtige avondzon en het lijkt wel vakantie!
Als we genoeg hoogte gewonnen hebben, gaan we door de wind en gecontroleerd gijpen we ons op een koers naar het noordwesten. Die avond laat, zeilen we het noordelijkste puntje van het eiland Lewis, "the Butt of Lewis" geheten voorbij. We zeilen de oneindige oceaan tegemoet.

30NECTON vertek Stornoway 

In de nacht neemt de wind verder af en het zeil dient alleen nog om het slingeren tegen te gaan. Er is veel deining en veel loopt door elkaar heen waardoor we behoorlijk slingeren. Op de motor varen we 6 mijl per uur de goede kant op.
In mijn nachtwacht komt de wind terug en samen met Jurjen brengen we de Necton onder zeil. Aanvankelijk moeten we met een 5 mijls gangetje genoegen nemen, de beloofde toenemende wind komt en weldra schieten we door de golven. We schieten zo goed op.
Op de 2e dag wordt er een storm voorspeld van Bft 8. Volgend de gribfiles die ik met de radio ophaal, duurt deze maar kort en draait de wind van Zuidoost naar Zuidwest. Ideaal om eerst naar het westen en daarna meer noordelijk te komen. Hoe hogere breedte je haalt, des temeer kans heb je op noordelijke, ipv westelijke winden. Ergens tegenin beuken is vreselijk vermoeiend en graag heb ik de wind mee, of nog liever halve wind; aangenaam voor schip en bemanning.

 

De middag positie geeft aan dat al 115 mijl van de afstand te pakken hebben. Eigenaar Matt ziet een donkere lucht komen en gelijk begint het te blazen. Inderdaad even de beloofde Bft 8. Daarvoor hebben we teveel zeil opstaan en ik hijs me in mijn zeil jas, laarzen en zwemvest. Eenmaal aan de mast gebint het hard te regenen. In de stormachtige wind ben ik in tijd even bezig om voor 2 riffen te zetten. Terug in de warmte van de salon, blijken mijn benen kletsnat. Tijd om een droge broek aan te trekken.
In de nu grijze wereld om ons heen, bouwen de golven op tot een hoogte van 5 a 6 meter. Gelukkig hoeven we er niet tegenin. We zeilen verder; nog 1.028 zeemijlen te gaan.

Bericht ontvangen op woensdag 1 augustus

De derde dag begint met een mooi bezeilde wind. We gaan recht op IJsland af en lopen tussen de 7 en de 8 knopen. De woestheid van de golven neemt gelukkig af. Wel moet je blijven opletten om je goed vast te houden, want soms komt er een vreemde golf die het schip op één oor gooit. Gelukkig neemt daar de frequentie ook van af.
Voortdurend zijn we alleen in de leegte. Op de AIS al tijden geen enkel schip te zien. Matt probeert op de SSB nog wat levende zielen te vinden, maar haakt na wat gospel muziek en Roemeens en andere Oostblok geluiden af. We varen de nacht in.

Bericht ontvangen op donderdag 2 augustus

In de stormachtige wind bouwen de golven verder op. De bewegingen van het schip worden ruwer en het is vermoeiend om overeind te blijven. Alle drie voelen we ons wat katterig en een uitgebreide maaltijd zit er niet in. Ik kook wat rijst en warm een stew op. Nog een fris toetje en dat is wel voldoende. Wel goed voor de lijn, dat slechte weer.
De volgende ochtend neemt de wind verder af en uiteindelijk moet de motor bij. De golven gooien ons nog heen en weer, maar in de loop van de ochtend wordt het rustiger. Met het slingerzeil op begin ik aan de schoonmaak. De stofzuiger komt tevoorschijn en alle kruimels en stof verdwijnen. We ruimen op en het wordt weer een schoon bootje.
Het middagbestek laat zien dat we maar liefst 177 mijl hebben afgelegd; een mooie afstand is overbrugd. Later die dag passeren we de 400 mijl en dan hebben we er al 1/3 deel opzitten. In de loop van de middag bij een waterig zonnetje krijgen we een cadeautje van een bezeilde wind. Matt wil graag zeilen en haalt als eerste het rif uit het voorzeil. Jurjen hijst het grootzeil achter en even later varen we full flaps. Zelfs de stormfok staat bij en hoog aan de wind doen we 6.1 knopen en heerlijk; de motor kan uit. Onze koers is vrijwel recht op Groenland aan. De afstand is nog ver; wel elk uur minder. Onder helling krijgt Matt het voor elkaar om juicy steaks te bakken. Samen met een heerlijke maaltijd salade van Jurjen eten we haute cuisine. De 4e dag begint met weinig wind. Jurjen en Matt spotten een groep grote dolfijnen, die nog een beetje wakker moeten worden. Als, omdat de wind wegvalt ze de motor aanzetten, gaan de dolfijnen er vandoor.
Buiten is het 14 graden en een zonnetje maakt het tussen de middag buiten aangenaam. We zien een oceaan zonder rimpels en alleen de eindeloze deining blijft. De eerste weerberichten van IJsland en Groenland komen binnen op de NAVTEX. Gelukkig heb ik op een kaart de vorige keer de zeegebieden opgeschreven, want KULUSUK zegt mij niets; nu weet ik dat het een zeegebied in de Denemarken Straat is. We varen vandaag onder IJsland door en hopen vannacht de helft van de reis te doorbreken.

Bericht ontvangen op zondag 5 augustus 

De 6e dag begint met weinig wind, maar dat duurt niet lang. We krijgen nota bene een oostenwind! We hebben er alles aan gedaan om uit de heersende westelijke winden te komen. Door naar een hoge breedte te zeilen, we zitten nu op 61 graden 24 min. Noord, wordt onze strategie beloond. We zeilen schuin voor de wind weg en lopen hard; 7 a 8 knopen. Mooier hadden we het ons niet kunnen wensen. De afstand tot ons aanloop punt bij Groenland neemt gestaag af: nog 340 mijl te gaan. We leggen deze dag 145 mijl af.
De 7e dag ziet er heel anders uit. Het regent voortdurend bij een zeewatertemperatuur van 8 graden. De wind is gekrompen naar noord en het waait hard. De golven bouwen hoog op en de bewegingen aan boord zijn zeer ruw.
Het kost motivatie om naar buiten te gaan om riffen te zetten. Buiten in de koude gure mensonvriendelijke koude regen komt er in het voorgrootzeil een eerste en later een 2e rif. Achter gaat het niet anders en daar staat uiteindelijk het 3e rif. De genua gaat er helemaal af en de stormfok doet wat hij moet doen; hij scheurt ons naar Groenland! Binnen is het behaaglijk warm en het is fijn om binnen de navigatie te kunnen doen.
Bij het middagbestek blijkt dat we maar liefst 179 mijl zijn opgeschoten. We zeilen hard en de goede kant op. Buiten staat inmiddels een kleine 7 Bft. Fysiek is het afzien

Bericht ontvangen op donderdag 9 augustus

Op de 9e dag op zee, zien we de hoge besneeuwde bergen van Groenland. Aanvankelijk motorren we met een mooi zonnetje op de kust aan, want de wind is met vakantie. De windvoorspelling is rustig, maar in de loop van de ochtend begint het hard uit het zuidwesten te waaien. Het wordt steeds gekker en het waait uiteindelijk Bft. 8. De wind staat vrijwel pal tegen en de golven worden snel hoger en hoger. Hier met geweld tegenin gaan, is geweld op geweld en kan uiteindelijk alleen maar schade geven. Hoe jammer van de koers ook, we zijn een zeilboot en met voor 2 riffen, achter 3 en de kotterfok op, gaan we 60 graden op de wind zeilen. We ploegen nu langzaam tegen de wind en de zee in. Het schip komt in balans, deint met de golven mee en het klappen op de golven is voorbij. Zo gaat het een aantal uren vrijwel rechtop de kust aan.
Zo snel als de wind uit het niets kwam; zo snel verdwijnt deze ook weer en al snel gaat de fok er af en motorzeilen we tegen de afnemende golven in. De Prins Chistians Sund opent zich en wij varen tussen de stenen naar binnen. Een stukje naar binnen, heel beschut, ligt het nu verlaten weerstation. Er is een klein haventje, waar ik in 2015 op de wereldreis niet naar binnen durfde, omdat er destijds een hoge deining stond. Nu is het kalm en als we de baai indraaien, zien we voor het eerst in 8 dagen 2 Noorse zeiljachten, die in het haventje liggen. Op de marifoon roep ik ze op kanaal 16 op en krijg zowaar antwoord. Ze zijn beide voornemens om over een half uur te vertrekken. Er is geen ruimte om naast hun te liggen en daarom wachten we hun vertrek af.
Als ze uitvaren natuurlijk de vraag waar we vandaan komen en als we Schotland roepen vragen ze wel twee keer om bevestiging. In één keer rechtstreeks? Ze zijn er kennelijk van onder de indruk.
Wij meren af en drinken er een goed glas whisky op. De fles was al bijna leeg en gelukkig is er nog een nieuwe. We hebben een gezellige avond: drinken en eten vele lekkere dingen. Daarna een onbekommerde slaap en alle drie slapen we als rozen.

31Aldert op de Atlantic 32dode Beluga 33zonsdergang 34Prins Christian Sund

7 Augustus; we zijn veilig aan de overkant!

De volgende ochtend verkennen we het station. Ooit bemenste het 100 expeditieleden; nu is het totaal verlaten. Alle ramen zijn geblindeerd met aluminium of met hout en de toegangsdeuren zitten met meerdere sloten dicht. In een bijgebouw staat een dieselmotor te draaien om de weerinstrumenten van energie te voorzien. Ook zien we meerdere camera's waar we naar zwaaien, maar er komt geen enkele respons. Het lijkt wel een beeld uit een survival film.
Het uitzicht is onverminderd mooi. Vergezichten op zee en op ruige kusten. Kleine vogeltjes vliegen rond en als ik later de trap naar beneden neem om terug te gaan naar de Necton, is er een kleine zwerm die alsmaar voor mij uit naar beneden gaat. Ze blijven op de leuning zitten tot ik heel dichtbij ben en dan weer een paar meter naar beneden. Misschien hebben ze behoefte aan gezelschap?
Om 14.00u vertrekken we en varen de imponerende Sund in. Aan beide zijden stort smeltwater naar beneden. De gletsjers zijn al ver teruggetreden en de vraag is hoelang er nog gletsjers zijn. Rond de klok van vijf uur komen we bij de meest zuidelijke nederzetting van Groenland, genaamd Augpilactoq aan.

 

Voor het eerst weer telefoon en al snel hangen we alle drie aan de lijn om met het thuisfront te communiceren. Na een uurtje komen er meerdere mensen ons gebaren dat we weg moeten; wij liggen op de plaats waar een bevoorradingsschip wordt verwacht. Er is geen ontkomen aan; we moeten weg. Aan de mensen laat ik nog de foto van de dame zien, die me in 2015 heeft geknipt. Niemand herkent haar; ze was vast alleen even op bezoek. Dat biedt dus geen aanknopingspunten en we vertrekken.
Het lokt niet om nog heel lang door te varen en daarom opzoek naar een ankerplaats, die Jurjen een 20 mijl verderop vindt. We moeten tussen vele stenen door en in de inmiddels mistige schemering is het spannend. Omdat er veel zeewier op de bodem is, graaft het anker zich moeilijk in. We doen het nog een keertje over en dan liggen we veilig.
De dag erop rond 8 uur anker op; op weg naar Qarqotoq. Het is nog een hele afstand, zodat we onderweg nog een keer willen ankeren. Onderweg is de zee grijs en koud en zien we heel grote ijsbergen. Ze blijven fascineren. De zon laat zich vandaag niet zien

35weerstation groenland 36ijs 37IMG 20180807 160139-800x600 38IMG 20180808 135957-600x800
39jur en matt whisky ijs 40IMG 20180808 140226-800x600 41ijsberg0

Het verlaten weerstation en

Veel ijs

Bericht ontvangen op zondag 12 augustus 

We varen de fjorden uit richting open water. Dan worden we geconfronteerd met  de eerste grote ijsberg. Een ongelofelijk grote klomp ijs torent ver boven ons uit; onder water moet het immens zijn.
We varen verder en af en toe doemt er weer zo'n berg voor ons op. Omdat het een beetje mistig wordt, zetten we de radar alvast aan en tot onze geruststelling zien we de ijsbergen heel goed op de digitale radar. Als we de open zee op varen, hoop ik een walvis te kunnen zien, maar nergens duikt er één op. Aanvankelijk hebben we de ochtend stroom tegen en begin van de middag beginnen we een beetje snelheid te maken. Er is geen wind en op de motor varend, wordt het zicht alsmaar slechter. Als we hard doorvaren, kunnen we net voor het donker wordt op bestemming zijn, maar we hebben geen haast en een beschutte ankerplek lonkt.
Als we tussen de stenen eilanden duiken, wordt het steeds mistiger. Uiteindelijk zien we helemaal niets meer en varen we uitsluitend op instrumenten. Gelukkig hebben we daar al veel ervaring mee en de stenen geven goede echo's op de radar. Het allerlaatste stukje is letterlijk zigzaggen tussen rotsblokken door. Matt staat voor op de uitkijk om vooral in het water te kijken of er rotsen opdoemen en Jurjen en ik kijken ingespannen naar de radar.
Met uiteindelijk de motor op "dead slow" varen we het kommetje binnen. Tot onze verbazing is er een Inuit nederzetting. Een aantal houten huisjes lijken aan de rots te hangen. Een paar kleine speedbootjes liggen aan de kant; we zijn aangeland in Ikerasak.

42inuit nederzetting5Het anker houdt goed en de kinderen op de wal verbazen zich over ons en wij verbazen ons over hen. Als de mist de volgende ochtend een beetje optrekt, zien we een kade waar we ook hadden kunnen afmeren; door de mist gemist.
We gaan anker op en varen de laatste 18 mijl naar Qarqotoq. Als eerste tanken we diesel en vullen de watertank bij. Daar horen we dat aan een steiger bij de ingang de plek is voor gasten. Gelukkig is het leeg en we meren af.
Vanaf Schotland hebben we 1.389 zeemijlen afgelegd. In 8 dagen zijn we de Noord Atlantic overgestoken en hebben aansluitend in 3 dagen met 3 stops in de nacht, de zuidpunt van Groenland gerond. We zijn in Qarqotoq, een stadje van 2.700 mensen. Elke dag braakt een passagiersschip duizenden passagiers met bootjes op de kant. Wij blijven ons verbazen en komen bij van de reis.

Quarqotoq

Bericht ontvangen op dinsdag 14 augustus

Na de watertank te hebben bijgevuld vertrekken we op maandag 13 augustus om  09.30 uit Quarqotoq. We hebben bij George Kniest blokken besteld en zij krijgen het voor elkaar om die bij ons in Groenland afgeleverd te krijgen. We zijn er blij mee; dat is nog eens service!
Er is geen wind en het is een beetje mistig. Met de radar bij varen we het fjord uit en gaan de wijde zee tegemoet. Vaak zien we ijsbergen en daarom varen we nog met de boegspriet in. In de nacht kun je er misschien één missen. Met een 7 mijl vaart, proberen zo de afstand met de kust zo groot mogelijk te maken. Dicht bij de kust is de concentratie van ijsbergen het grootst. Op het ijskaartje van de Groenlandse kustwacht blijkt dat we voor het donker worden net niet helemaal uit de gevaren zone komen. We letten daarom erg scherp op de watertemperatuur, die nu vrijwel stabiel 6,4 graden Celsius is. Bij 3 graden zit je geheid in het ijs. Daarnaast kijken we scherp op de radar, want die pakt de grote ijsbergen goed op. De growlers, of wel de kleine stukken, zien we op de radar niet en daarom gaat het toerental van de motor omlaag. We varen nu nog een snelheid van kleine 5 knopen en mochten we zo al iets raken, dan kunnen we tegen een stootje. Gelukkig zien we verder niets en varen we voorgoed het ijs uit.
Op de 2e dag zet Jurjen zeil en samen brengen we de boegspriet uit. We zijn nu weer een volwaardig zeilschip en met de toenemende wind gaat de Necton er vandoor. De wind trekt aan tot een Bft. 7 en  het is tijd om rifjes te zetten. Mooi in balans knallen we naar het zuiden.
Net voor de middag ziet Matt achter het schip grienden. Hun zwarte ronde kop is onmiskenbaar en zij zijn de kleinste walvissen. Het is een hele groep en het zijn er meer dan 20.
Wij zeilen bijna met halve wind en lopen 8, 9 en soms zelfs 10 knopen. De grienden moeten hun best doen om ons bij te houden en zwemmen lang achter ons aan. Soms komen ze naast het schip om te laten zien dat zij toch sneller kunnen zwemmen? Matt en ik genieten van hun show!
Ondertussen snellen we voort. Op de middag hebben we van de 820,  al 170 mijl te pakken. Morgen wordt het qua wind een rotdag, omdat een depressie roet in het eten gooit. Ook dat hoort er gewoon bij; daarna weer mooie wind om naar het zuiden te varen. Wij koersen naar warmere streken!

Bericht ontvangen op zaterdag 18 augustus

De derde dag begint met regen en het gaat het steeds harder waaien. Het weerbericht met Gribfiles via onze SSB zender, laat zien dat een depressie net noordelijk van ons passeert. Het hele cirkeltje draaiende wind ondergaan we gelaten. In de avond en vooral in de nacht krijgen we nog een toetje. Het waait NW 8 en hoge golven beuken op de Necton in. Wij hebben op tijd onze zeiltjes klein gemaakt en met de wind net iets van achteren, stuiven we over de golven. Het gaat verschrikkelijk hard: voortdurend 8, soms 9 en af en toe nog ver daarboven. We vliegen naar het zuiden.
Dit is de mooie kant van het verhaal; de andere kant is dat de bewegingen aan boord zo ruw zijn, dat iedereen er katterig en een beetje humeurig van wordt. Een ritje in de roller coaster is leuk; maar voortdurend? Alles wat niet vast staat vliegt door de lucht en het valt niet mee om iets warms te drinken.
We zijn blij als we de volgende ochtend kunnen waarnemen dat het gedaan is met de storm. Nog lang blijven de hoge golven ons van ons voetstuk af proberen te gooien; langzaam wordt het rustiger. We zien zowaar weer een zonnetje. In de ochtend zijn we over de helft.
Op de 4e dag zien we op grote afstand een hartvormige wolk van een spuitende walvis. Met de verrekijker zie ik dat het er 2 zijn. Even zijn ze onder water en na een poosje duiken ze verderop weer boven. There she goes; there she blows! Wij laten ze verder met rust en vervolgens onze koers. Na een waterig zonnetje wordt het opnieuw donker en die nacht gaat het opnieuw waaien. Op voorhand heb ik de zeiltjes al weer klein en als de storm los barst, zeilen wij met halve wind, net iets van achteren. Daar weet de Necton wel raad met en onder de kleine flapjes halen we de 4e dag en mooie daggemiddelden. We zijn weer een stuk dichterbij.
We zijn blij als het geweld op houdt en wij weer een beetje bij kunnen komen. Over de hoge golven zijn de bewegingen heftig. Heel langzaam komt de grote lege zee tot rust. We hebben de hele reis nog geen enkel schip gezien en ook de radio laat niets horen; nous sommes seul.
Op het eind van de 5e dag blijkt de wind op; het waait slechts oost 2. Het zeewater is weer kouder geworden en vermoedelijk zitten we nu in de Labrador stroom, die koud water van boven aan voert. Met 6 graden voelt het buiten koud en bovendien regent en miezert het een beetje. We verlangen naar de zon en warmere temperaturen. Matt weet te vertellen dat het in september in New York wel eens heel heet kan zijn; het lijkt nu alleen maar een mooi vooruitzicht. Gelukkig zitten we vol diesel en doen de beide Volvo motoren om de beurt hun werk.
De 6e dag breekt zowaar een waterig zonnetje door en Jurjen gaat buiten op de bank liggen. Wel in zijn overlevingspak; dat wel. Dan neemt de watertemperatuur toe en komt voor het eerst sinds lange tijd weer boven de 10 graden. Het voelt gelijk een stuk aangenamer. We koersen voortdurend zuid en zijn qua breedte Nederland al voorbij. We varen nu op de hoogte van Normandië in Frankrijk en onze bestemming ligt op gelijke breedte met die van zuid Bretagne.
De golfstroom is onze warmtebron en je moet er niet aan denken als die weg zou vallen; dan veranderen we in Nederland in een ijslandschap. We zien een eerste vissersschip op 2 mijl afstand passeren. Er is toch leven hier!
Morgen hopen we rond de middag aan te komen.

grienden

Bericht ontvangen op donderdag 23 augustus

Met de Coastguard hebben we over de V.H.F. contact en na wat vragen heen en weer krijg ik te horen: "you may proceed". Om 12 uur komen we op de middag van 19 augustus aan. We zien een vooral rotsig groot eiland, want Newfoundland is een groot eiland. De douane kan onze jachthaven aanvankelijk niet vinden en komen een uurtje later. Als blijkt dat één van beiden van Halifax komt en ik aangeeft dat een mooie plaats te vinden, is het klaar. Zelfs wordt er niet meer naar Jurjen zijn tabak gevraagd. Wel zijn appels een issue, want ze zijn als de dood voor schimmels en andere ziekten.

In ruim 6 dagen, hebben we vanaf Groenland 876 zeemijlen gevaren en er ruim 6 dagen over gedaan; een gemiddelde van 143 mijl per dag.

Newfoundland is een vriendelijk oord. De mensen zijn behulpzaam en aardig. De totale populatie van 700.000 schijnt te krimpen en veel huizen staan daarom te koop. Na 9/11 zijn alle vliegtuigen hier naartoe uitgeweken, die in N.Y.C. niet meer konden landen omdat het luchtruim was gesloten. Meer dan 200 vliegtuigen zijn hier toen geland. Matt heeft een auto gehuurd en een aantal keren bezoeken we de hoofdstad Saint John's. Voor mij een beetje memory lane, want in 1972 wat ik hier ook met een bananen koelschip. Het is een vriendelijk stadje met veel uitgaan leven. We brengen nog een bezoek aan een oude ijzermijn. Meer dan 72 jaar werd er meer dan 50% zuiver ijzer gedolven, tot er in Nova Scotia een mijn werd ontdekt, waar het ijzererts gemakkelijker aan de oppervlakte kon worden gedolven. Verder is het vooral een erg rotsig eiland met dichte dennenbossen.
Vanzelfsprekend wordt er ook op de Necton geklust en wordt de was gedaan in grote wasmachines, die gratis ter beschikking staan. We krijgen een mooie ligplaats waar zelfs 220 volt is. In Amerika en Canada is dat zeldzaam, omdat hier 110 volt de standaard is. Matt en ik vliegen voor een weekje pauze naar huis. Jurjen neemt afscheid van de Necton.

Zowel het schip als ik, vonden het fijn dat Jurjen zo vaak deel heeft uitgemaakt van de bemanning. Hij was een stabiele factor, waar we op (storm) zee en in het ijs op konden vertrouwen.

Bericht ontvangen op donderdag 6 september

 

Newfoundland Canada to New York U.S.A.

Op zondag 3 september kom ik met nieuwe opstapper Dirk Bart den Ouden aan bij de Necton. Ze ligt er goed bij en als we binnenstappen, geen muffe geur; wel een frisse reuk. Het is aangenaam zo binnen te komen en al snel vind Dirk zijn weg. We zijn gaar van de vliegreis en daarom maar vroeg te kooi.
Als we de volgende dag naar de grote supermarkt gelopen zijn, blijkt het een vrije dag: labourday. Wij vieren dat op 1 mei en in september denk je daar niet aan. Gelukkig is er wel een benzinepomp met en klein winkeltje open, zodat de eerste levensbehoeften kunnen worden gekocht. We besteden de dag om ons te  installeren en als altijd zijn er klusjes genoeg. Het is mooi weer en St. John's is een vriendelijke plaats. We krijgen veel bezoek van medezeilers, die het mooie aluminium schip komen bewonderen. Vaak benoemen ze hun dromen; altijd wensen ze ons een voorspoedige reis.
Newfoundlanders zijn vriendelijke mensen. Het Amerikaanse beeld van Canadezen is dat ze vaak sorry zeggen en als ik erop let, klopt het.
Matt komt aan boord en voor de laatste keer gaan we hier uit eten. We gaan naar een Lucky Jim's Burger restaurant. Het is er een gezellige boel en aan calorieën geen gebrek.
Het weerbericht leert, dat vanavond laat de wind gaat draaien en daarom vertrekken we om 19.30 u.
Voor de wind varen we naar kaap St Francis in het noorden en ronden die in de nacht. We varen de grote haven van St. John voorbij en zeilen nu zuid. Net voor de middag passeren we kaap Race en dan gaat het vrijwel koers west, richting Nova Scotia. Als Newfoundland langzaam achter de horizon verdwijnt, neemt de wind af en varen we het eerste stuk op de motor. We zetten de tijd alvast op die van Halifax en dat is 5 uur vroeger dan in Nederland. Het eigenwijze 4,5 uur tijdsverschil in Newfoundland is nu voorbij. De eerste dag leggen we 105; de 2e 134 mijl af.
In de middag begint het te waaien. Dirk kan gelijk aan de bak en met de bakstag gezet, nemen we steeds meer zeil in. Inmiddels waait het zuidwest 7. We varen achter 3 riffen; voor 2 en alleen de stormfok staat nog bij. Als het nog harder gaar waaien, moet het grootzeil voor eraf. Vooralsnog gaan we redelijk de goede kant op en daarom nog maar even laten staan. De opbouwende golven gooien ons heen en weer. Omdat de zon volop schijnt, is het een prachtige zeildag. Op afstand zien we voor het eerst grote schepen naar en van de grote meren in Canada varen. Wij doen vooralsnog het laatste stukje Noord Atlantische oceaan. All is well!

Bericht ontvangen op zaterdag 8 september

Helaas neemt de wind verder toe en waait het een volle Bft 8. Tijd om het voorgrootzeil te strijken en in dit barre weer doe ik dat maar liever zelf. De inmiddels opgebouwde golven gooien het schip soms heen en weer en dan wil je eigenlijk liever niet boven op het dekhuis staan. Als het grootzeil tegen de wind beneden op de giek ligt, moet het zeil nog wel worden vastgesjord. Omzichtig klip ik mijn veiligheidslijn vast en Dirk heeft het schip weer af laten vallen. Aan de hoge kant hang ik nu tegen de giek aan en houd één arm om de giek om mijzelf vast te houden. Ik bind drie zeilbandjes om het grootzeil tegen opwaaien te beschermen vast. Even later sta ik weer hijgend aan dek en nu met alleen de stormfok en het driemaal gereefde grootzeil achter, ligt de Necton als een meeuwtje in het water. Heel rustig deint het schip tussen de woeste golven en laat het geweld geduldig onder zich doorgaan. Soms breekt een golf met geweld tegen de massieve romp en stuift buiswater over dek. Er zit niets anders op dan het geweld uit te laten razen. Vanuit de gripfiles weten we dat de wind naar noordwest gaat ruimen en dan kunnen we weer de goede kant op zeilen. Met dit slechte weer is een eenpansmaaltijd altijd het handigst en met veel verse ingrediënten knutsel ik een pittige Chili in elkaar. We zeilen over stuurboord en dan ik het prettig koken. Pannen en bestek rollen van je af. Als het gerecht klaar is stel ik voor om overstag te gaan, want eten is over bakboord prettiger. Je kunt dan op de bank achterover leunen met een bord in je handen. Op tafel een bord neerzetten is door de heftige bewegingen geen optie. Juist op dat moment komt er een containerboot aan en met zijn 18 mijl snelheid is hij zo voorbij. Als hij dwars is, gaan we bakboord uit om hem in zijn kielzog te kruizen. Matt en Dirk aan de schoten van de kotterfok en vakkundig gaan we door de wind. Even later deinen we weer tussen de woeste golven en gedrieën naast elkaar laten we ons de chili goed smaken. We toppen het af met verse druiven en het leven is goed.
Als de storm afneemt is aan Dirk de eer, om nu het voorgrootzeil weer te hijsen en ook hij doet voorzichtig wat hij moet doen. We zeilen de nacht door en de derde dag gaat de wind zoals beloofd ruimen. In mijn nachtwacht kan ik steeds meer zeil zetten en maak goede voortgang. Constant 8 mijl op de teller met uitschieters naar 9. Door al die workout, val ik die ochtend in een diepe slaap. Helaas neemt de wind af tot deze in de middag een motor bij vraagt. We varen nog maar net op de motor, of Matt spot dolfijnen. Ze spelen om de boot en wij proberen ze op de camera vast te leggen. Dan ziet Matt walvissen spuiten. Op afstand zien we grote pluimen de lucht ik gaan. Even later komen er een aantal wat dichterbij en zien we hun rugvin en bovenlijf boven water komen. We zitten midden tussen het leven en begrijpen nu wat er met de Grand Banks wordt bedoeld. Het is vol van leven!

Bericht ontvangen op maandagdag 10 september

Zo varen we een 3e dag en een 4e dag door. Af en toe kunnen de zeilen bij en anders brengt de Volvo Penta ons verder. Verder een rustige oversteek met de derde dag 138 en de 4e dag 139 mijl op de teller. Van tevoren hebben we om een ligplaats gevraagd en dat pakt nu goed uit. Zodra we avonds onder land bereik op de telefoon krijgen, wordt ik gebeld met de specificaties van de plek. Het is een maanloze nacht en in het stikdonker tellen we de karakterlichten van de boeien uit. Bij het binnenkomen aan stuurboord rood; het blijft wennen dat in Amerika de kleur van de boeien andersom liggen als in Europa en de rest van de wereld. Het is een makkelijk toegankelijke ingang en om 00.30 u meren we op zondag 9 september, hartje stad af. We hebben 599 zeemijlen afgelegd.

43 avondrood noord atlantic  44 Halifax 

44 HFX waterfront

45 oude thuishaven 46 nieuwe thuishaven
47 een golf om op te klimmen 48 speelboot 49 lamp vervangen

 

Halifax of HLX, is een moderne stad aan het worden. Er wordt veel gebouwd en hoge nieuwbouw staat naast oude huizen, wat een beetje rommelig overkomt. De waterfront is prachtig aangelegd en je kunt helemaal langs het water kuieren. Voor de kinderen een bijzondere speelplaats en veel, heel veel restaurants en bars. Een heel levendig geheel. Af en toe worden wij een beetje simpel van een muzikant die zijn carrière heeft gemist en slechts over een repertoire van twee liedjes beschikt. Na tien rondjes heb je dat wel gehad en gelukkig druipt hij in de loop van de avond af. We eten heerlijk in een restaurant en haast vanzelfsprekend kreeft, want dat is hier de grote business. Naast toerisme schijnt de kreeftvangst de grootste bron van inkomsten te zijn. Dirk gaat nog op de fiets op pad; Matt en ik doen onderhoud aan het giekbeslag en bovenin de mast vervang ik een kapotte lamp. Matt is gelukkig heel sterk en heeft mij zo bovenin. Ondertussen doen we de was en wordt op de achterkant de naam veranderd. De thuishaven van de Necton is vanaf nu Wellington Florida.

We maken ons op om uit te klaren  uit Canada en over te steken naar Newport U.S.A. Het ligt op 200 mijl vanaf New York en daar moet het schip worden ingevoerd.

Bericht ontvangen op zaterdag 15 september

 We vertrekken op 11 september om 08.30 u. We doen eerst een privé Halifax toer op eigen kiel. We varen verder naar binnen naar het smalle gedeelte van de baai, waar in 1917 een enorme explosie van een kruitschip de haven wegvaagde. Vooral de heldendaden om erger te voorkomen en mensen die gewoon kwamen helpen, krijgen in het museum alle aandacht. Rond 1840 en 1850, net voor de Amerikaanse burgeroorlog, was Halifax een toevluchtsoord voor slaven. Er ontstond een grote zwarte gemeenschap, die hier in de binnen baai een soort krottenwijk vormde. Veel later is deze opgeruimd en nu is er een groot park. Langs de oever een grote basis van de marine. Grote hallen; dokken en een aantal oorlogsschepen en een onderzeeër. Als we terugvaren gaan we op zoek naar een plaats om diesel te tanken. Omdat Matt de locatie niet helemaal begreep, heeft hij telefonisch contact gezocht met de jachthaven. Deze stuurt ons helemaal verkeerd en als we al stampend tegen hoge golven in, een kleine cove indraaien, blijkt daar niets van een jachthaven. Er zit niets anders op dan terug te varen en een half uurtje later meren we bij een andere jachthaven bij de pomp af. Het tanken gaat snel en 330 liter verdwijnt naar de bodem van het schip. Weer op de motor al stampend tegen nu hoge golven in. We passeren aan stuurboord de schuimende sisters, twee rotsblokken net boven water, waarop de golven schuimend uiteen spatten. Dan kunnen we bij dieper water stuurboord uit en koersen zuidwest. Het is net te bezeilen en als de motor uit is, genieten we alle drie weer van het ruisen van de golven langs het schip. Het gaat zo hard, dat we al snel een rifje moeten zetten en daarna is de Necton in balans. We stuiven door het water.
In de avond neemt de wind af en ruimt bovendien. Al stampend vlieg ik voor af en toe van mijn bedje af de lucht in en ik ben blij als het geweld langzaam afneemt. Na één dag onderweg hebben we 151 en de 2e dag op de motor leggen we 155 mijl af. Er staat een zwakke oostenwind en de zon lokt ons naar buiten. Veel van de dag brengen we buiten door en genieten van de aanblik van de zee.
Op de 3e dag zien we in de middag de contouren van Cape Cod. Matt meldt zich bij de Coast Guard en ze willen van alles weten. Hij heeft zijn papieren en wij onze paspoorten goed op orde en het geeft geen problemen. We varen de Nantucket Sound in en zien in de avondzon een soort waddengebied. Buiten op zee zien we walvissen de lucht in spuiten. Vlak bij land zie ik een zeehond nieuwsgierig zijn koppie boven water steken. We varen tussen zandbanken door, die door boeien goed zijn aangegeven. Overal zien we onverlichte fish traps; boeitjes met lange lijnen eraan, die we niet graag in de schroef krijgen. Omdat het snel donker wordt, besluiten we de nacht te ankeren. Zo kunnen we en de fish traps vermijden en in daglicht wat van deze bijzondere omgeving zien.  Omdat we wel graag op tijd in Newport willen zijn om de douane de gelegenheid te geven ons in te klaren, gaan we om vijf uur anker op. Het is nog stikdonker, maar zodra we onderweg zijn, breekt het eerste licht door. We zien een stralend ochtendgloren en weer verbaas ik mij over de schoonheid van de wereld.
Via een smalle engte bij Little Island varen we een beetje spannend tussen de vele boeitjes het grillige kanaaltje door. Gelukkig is het bijna doodtij en staat er weinig stroom. We varen verder en komen net na de middag om één uur in Newport aan. Er is een bootshow aan de gang en het ligt er vol met schepen. Een ligplaats is in deze heksenketel uitgesloten; wel weet Matt een boei te bemachtigen. De douane heeft het erg druk en verontschuldigt zich voor ons lange wachten. Eind van de middag komt een vriendelijk man met een pistool op de heup. Het inklaren gaat snel en zelfs het invoeren van de Necton verloopt spoel; iedereen opgelucht.
Met een bootje laten we ons naar de wal brengen en in de gezellige drukte van de bootshow, verkennen we een stukje van de stad. Er zijn mega jachten, bij 1 ervan zie ik een makelaar: dit schip kost slechts 16 miljoen; een 2e handsje natuurlijk... Ook zijn er klassieke jachten en soms een erg moderne uiterst lelijke snelle badkuip. We eten oesters op ijs en vis, clams en natuurlijk kreeft. Voor de laatste zijn ze hier heel beroemd. We drinken nog een wijntje bij een decadente club, waar megajachten liggen en dames in lange jurken nippen aan hun cocktails. De barman laat graag zien hoe hij ze al schakend klaar kan maken. We maken het niet te laat, want morgen weer vroeg op. Met de watertaxi terug naar de Necton en gauw nog een paar uur slaap pakken.
Af Halifax, hebben we 372 zeemijlen gevaren.
Op zaterdag 15 september, vertrekken Dirk en ik om 04.00. Matt blijft slapen om straks de wacht over te nemen. Dirk gooit de touwen van de boei los en in het stikke donker zoeken we ons een weg uit de schepen. Om niet over een kleine boei heen te varen, schijnt Dirk voorop met een zaklamp in het water en zo schuifelen we naar de uitgang. De radar en de kaartplotter wijzen ons de weg en er is in dit vroege uur niemand anders onderweg. Van de kapitale villa's bij de ingang zien we nu niets. Eenmaal op zee, gaan we stuurboord uit en draaien de Sound in. Dit is de binnenzee die ligt tussen Long Island en de provincie Connetticut. Opnieuw beleven we een stralende zonsopgang en zetten koers op New York City!

48NY done 49Dirk liertje servicen 50hartje NY 51nieuwe WTC

Bericht ontvangen op donderdag 20 september 

De lange deining van de oceaan komt nog binnen. Eenmaal de versmalling van the Race voorbij, valt de deining door de beschutting van Long Island, waarop aan het einde van dit langwerpige eiland New York Brooklyn ligt, weg. In de race veel stroom en navenant vele kleine particuliere vissers, die hier hun droomvangst boven water hopen te halen. Wij varen de Sound verder in; een mooi beschut water. Een vergelijking met het IJsselmeer komt dichtbij en dan verwacht je natuurlijk veel scheepvaart. Hier varen we voornamelijk alleen; geen zeilboten; geen vrachtverkeer.
De wind is ons aanvankelijk gunstig gezind en met volle zeilen gaan we de goede kant op. Later in deze zonnige middag, ruimt de wind en moeten we meer en meer op de motor gaan vertrouwen.
Dan zien we aan de horizon de Skyline van New York opdoemen. Onmiskenbaar steken vele wolkenkrabbers de lucht in en heel langzaam komen ze dichterbij. We besluiten een ankerplaats te zoeken voor de nacht, want we willen graag alles zien.  Aan stuurboord krijgen we, waar volgens Matt een pretpark is, een groots vuurwerp op afstand te zien. Inmiddels is het donker geworden en zien we Empire State Building, die van nieuwe verlichting is voorzien. De lange spiralen mast steekt groen hoog boven het al imposante gebouw af. Er omheen de vele hoge gebouwen van Manhattan.
Voor ons zien we een licht met het karakter 1 in de 10 seconden. Het is heel prominent en ik zoek aan de wal op de elektronische kaart, maar kan niets vinden. Matt weet dat het een heel klein eilandje vlak voor de kust is, genaamd Excecution Rock. We varen het kleine eilandje aan bakboord  voorbij en het moet toch wel triest zijn hier het einde van je leven te moeten vinden.
In het nu stikke donker, vaar ik tussen 2 eilandjes door naar een wat op de kaart staat aangegeven als goede ankerplek. Overal om ons heen rotsen en het is scherp navigeren. We vinden de plek en het anker gaat uit en we kunnen een paar uur slapen. We moeten morgenvroeg met het tij mee de versmalling in Manhattan door. Er kan tot 6 mijl stroom lopen en dan wil je het graag mee hebben.
Toen de Nederlanders ooit New Amsterdam stichten, hebben ze wel een heel strategische plek gekozen. De Long Island Sound eindigt in een smalle rivier, die dwars door het huidige Manhattan loopt. Aan stuurboord heb je Manhattan. Na deze versmalling kom je uit op het grote water va de rivier de Hudson. Deze heeft een grote open verbinding met de oceaan en naar het noorden is het een rivier van maar liefst een halve zeemijl breed (bijna een kilometer breed).
Dirk weet veel van de geschiedenis van New York. Hij weet te vertellen, dat de laatste gouverneur Peter Stuyverzant, zich in zijn eentje nog verzette tegen de politieke uitruil die Nederland destijds heeft gedaan om onze belangen op de Banda eilanden te beschermen. Ik kan me goed voorstellen dat deze gouverneur gehecht was geraakt aan deze wel zeer bijzondere plek.

 

53Central Park1 52Central Park2 54 beide zijden treinen
55 Matt op de Hudson 56 Matts huis upstate NY 57 oude en nieuwe brug

 

boventerug naar de kaart en het begin van de crossing 

 

boventerug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2017- op reis naar Tallinn!

 

vakantie2017

Donderdag 20 juli vertrekken we!

Om half twaalf varen we door de eerste brug op het Eemskanaal. We maken een korte stop in Delfzijl waar dochter Inge ons komt uitzwaaien. Met het tij mee varen we om half tien 's avonds de Eems af en na Borkum is het stevig stampen tegen de noordwestenwind en navenante golven in. We kruipen het laatste stukje de Westereems op, om eindelijk stuurboord uit de Geldsackplatte over te steken en vervolgens weer stuurboord uit en nu met een bakstagwind over de Noordzee richting Helgoland. Nu we met z'n drie-en wacht kunnen lopen en Anne de scheepskok is en daarom vrij gesteld van de nachtwacht, hebben we de wachten zo verdeeld: Overdag van 06:00-10:00 Anne, van 10:00-14:00 Jurjen en van 14:00-18:00 Aldert. Daarna van 18:00-24:00 Jurjen en Aldert van 00:00-06:00. 

01vertrek 02Delfzijl 02aHelgoland 04NOZeekanaal
De eerste brug op het Eemskanaal Vertrek uit Delfzijl Aanloop van Helgoland Het Noord Oostzee Kanaal

Na een mooie zeiltocht doemt het vertrouwde rode rotseilandje op en varen we meteen naar de dieselpomp. Belastingvrij  tanken is één van de leuke aspecten van Helgoland... We halen de weerberichten binnen: er staat bijna de hele week een overwegend harde noordoostenwind! Dat is dikke pech! Verdere bestudering leert, dat de wind aan de Zweedse kant een stuk minder is en daar kunnen we van de aanvankelijk noordelijke wind, ook bescherming onder de kust vinden. Voordat de wind echt begint door te zetten, steken wij snel  over. Weinig zeilen en met deze windrichting, zijn we vooral een motorboot.

Eénmaal onder de Zweedse kust, vrijwel recht boven boven Bornholm, ondervinden we voordeel van onze strategie. Om zoveel mogelijk beschutting te houden, duiken we de Hanoebukten in en varen in de luwte onder de stad Karlskrona door naar het kleine eilandje Utklippan. Voor ons heeft het altijd een wat magische klank en nu zien we het van dichtbij. Eenmaal de bocht om moeten we weer even diep in de golven van de noordoostenwind duiken om later weer de beschutting van het langgerekte eiland Oland te vinden. In de beschutting van dit enorm lange eiland kruipen we omhoog en komen bij nacht en ontij bij de stad Kalmar aan. Midden in de nacht navigeren Aldert en Jurjen door de zeer smalle Kalmar Sund. Een paar blinde tonnen waren op de kaart niet opgemerkt; gelukkig zag Jurjen ze op tijd. Je kunt hier geen fouten maken, want overal zijn stenen en veel betonnen constructies  met geleidelichten en zeestroming van de wind. Bij de hoge brug (36 meter doorvaarhoogte) aangekomen, is het meest spannende voorbij en weer wordt het knokken tegen de hoge golven in. De wind zit nu in de noordhoek en daarom is er weinig beschutting van het eiland. De scherpe boeg van de Necton klieft de golven aan stukken en wij duiken af en toe in een diep dal. Het is vermoeiend varen en met een 5 mijls gangetje kruipen we verder noordwaarts.

Anne heeft voedsel voor veel dagen ingeslagen en omdat de harde tegenwind ons tempo vertraagd, hebben we geen tijd om ergens binnen te lopen. De vakantie van Jurjen met zijn vriendin en kinderen staat ook gepland en dus staat de terugreis van Jurjen op tijd. Het goede inkopen betaalt zich nu uit en dagelijks is er weer de verrassing van een smakelijk maaltijd met veel vers erin.  Een leven lang varen heeft Anne tot een creatieve zeevaste kok gevormd.
De dagen rijgen zich aaneen en eindelijk neemt de harde wind af. Het tempo van de Necton versnelt nu we zelfs weer kleine stukjes kunnen zeilen. En zo varen we 8 dagen na vertrek uit Groningen vrijdag 28 juli, rond twee uur 's middags de haven van Tallinn binnen. Zaterdag 29 juli vliegt Jurjen in alle vroegte weer terug naar Amsterdam.

05Kielerbucht 06Utklippan 08AankomstTallinn 10TallinMarina
De Oostzee Utklippan, Zweden Aanloop Tallinn De Necton in Tallinn!

Weer ervaren we Estland als een prettig land. De meeste (jonge) mensen spreken uitstekend Engels en zijn open naar de wereld. Recent zijn de belastingen op drank verhoogd, maar ondanks dat komen de Finnen met passagiersboten vol om drank in te slaan. Tallinn is oud en gezellig met een echt middeleeuws centrum. Er wordt veel gebouwd en in deze dynamiek straalt de jonge generatie energie uit.

09Tallinn 12TallinHaven 13vertrekTallinn 14Lohusalu
Middeleeuwsw taferelen Haven van Tallinn Vertrek Tallinn Lohusalu Neen

Tallinn ventspils

 

We laten de stad achter ons en zien kleine haventjes aan de kust. Hier uitstekende Wifi en goede voorzieningen. 

Het zeilgebied tussen de eilanden is prachtig. In het beschutte water tussen de eilanden is het heerlijk zeilen. De navigatie wordt je gemakkelijk gemaakt: de boeien zitten goed in de verf en belangrijke hebben zelfs AIS! De diepte van elke steen in het vaarwater is op de kaart benoemd en los van een beetje windstroming, van getijden geen last.De geschiedenis gaat in dit gebied terug tot de Hanzesteden in de 13e eeuw . Omdat er niets door oorlogen is vernield, is veel van de oude glorie nog volledig in tact. Van de oude middeleeuwse stadjes, gaan we er nog een paar bekijken.

 

15onderweg naar Saarema 16spannend passeren 19vertrek Kuresaama 21HavenVentspils
Onderweg naar Saarema Spannend passeren Kuresaare Ventspils

In de stad Haapsalu worden nieuwe banden gesmeed. Omdat Anne actief is in de muziek, wordt het plan besproken om volgend jaar mei met Focus Vocaal hier te gaan zingen. Dan zetten we koers naar Letland, naar de stad Ventpils.

Hier aangekomen zijn onze tanks van al het motorren vrijwel leeg. Voor jachten zijn er geen bunker-voorzieningen, maar een man met een duikbedrijf komt helpen. Hij regelt een aanhanger en plaats daarop een plastic tank, waar een kuub diesel in kan. Die vullen we bij een vrachtwagenpomp, waar Sergey Popov nog een korting regelt en voor 89 cent de liter is het prettig tanken. 
Letland loopt nog wat achter op Estland en het leven is hier voor Nederlanders  goedkoop. Om deze reden komen pensionados uit bijvoorbeeld Duitsland naar hier. 
Na een bezoek aan de stad en het strand, slapen we nog een nachtje en vertrekken in de vroege ochtend om zoveel als mogelijk van de gunstige wind te profiteren.

Met een mooie wind zeilen we naar Gdansk in Polen. Het mooie centrum is indertijd met Amsterdam als voorbeeld gebouwd. Geen wonder dat wij het er erg gezellig vinden. De stad is inmiddels door vele andere toeristen ontdekt en het is er druk. We genieten van het lekkere bier en de bijzondere atmosfeer. Margriet vliegt vrijdagavond 11 augustus in en samen bezoeken we zondag 13 augustus per trein het slot Marbork. Dit imposante kasteel was in de middeleeuwen een uitvalsbasis voor kruisridders. In de tweede wereldoorlog verwoest maar mee dankzij Unesco inmiddels weer volledig in zijn volle luister hersteld en zeer de moeite waard om te bezoeken.

23cMarbork

Dan is het tijd voor de terugreis. We lopen Hel aan, een dorpje op de landtong voor Gdansk. Het lijkt Zandvoort wel, zo druk is het er. Door naar Wladyslawowo: ook hier naast de vissers, vele toeristen die hun familie graag met ons schip als achtergrond op de foto zetten.
Omdat de wind voor ons heel gunstig zuidoost waait, zeilen we een nachtje door. Door de aflandige wind, zeilen we in vlak water, pal langs de kust aan de duinen en de bossen voorbij. Bij Kolobrzeg bereiken we onze laatste stop in Polen.

 In Kolobrzeg kwamen we in de vroege ochtend van 16 augustus aan. Het laatste uur met zo weinig zeil dat we in het eerste daglicht, om vijf uur, konden aanleggen in de jachthaven. Even bijslapen en in de loop van de ochtend liepen we de stad in, ging Aldert naar de tandarts en werd uitstekend geholpen aan een probleem met een wortelkanaal en ten slotte aten we vis na een moeizame communicatie met een ober die het vak kennelijk nog moest leren..

Wel uitstekend WiFi zodat we met het thuisfront konden skypen en dit blog hebben kunnen bijwerken!

 21aTankenVentspils 22Hel 23bGdansk  24VertrekGdansk
Tanken in Ventspils Hel Margriet aan boord!  Vertrek Gdansk met nieuwe bemanning 

 Na een prettig verblijf in Kolobrzeg vertrekken we en laten het vriendelijke en goedkope Polen achter ons. We varen een nachtje door en bereiken het Duitse stadje Sassnitz op het eiland Rügen. Met een gehuurde auto verkennen we het eiland en er is veel te zien. Natuurlijk bezoeken we de krijtrotsen bij Kap Arkona en het oeroude vissersdorpje Vitt, waar we heerlijke eigen gerookte vis eten. Met de Wittower Fähre steken we de Bodden over en daarna terug naar de boot. We vertrekken de volgende dag en kunnen het eerste stuk heerlijk zeilen. We bereiken de brug bij Stralsund eind van de middag. Met veel andere bootjes gaan we erdoor en in de jachthaven vinden we een plekje voor de nacht. We bezoeken de mooie oude Hanzestad en eten er onvervalste Duitse Currywürst mit uitstekende Pommes dazu.

Als we onze reis vervolgen, krijgen we voor het eiland Fehmarn de wind weer zo hard tegen, dat we besluiten in Burgstaaken, net voor de brug te overnachten. Als de wind is uitgeraasd, vertrekken we de volgende ochtend 20 augustus naar Kiel. Door de sluis varen we nog een stukje het  Noordoostzeekanaal op en slapen in Rendsburg. Omdat het om 15.30 hoogwater is in Brünsbuttel, kunnen we uitslapen en daar door de sluis, hebben we de hele tijd tot aan Helgoland de stroom mee. s ’Avonds om 22.30 komen we op Helgoland aan. Als altijd genieten we van het eiland. De volgende dag de tanks weer vol, de Jan van Genten gezien, vertrekken we eind van de middag. Het weerbericht geeft aan dat de wind morgen naar west draait en we hebben al genoeg tegen de wind in gebonkt. In vlak water zeilen we met ruim 7 knopen naar het eiland Norderney. Bij aankomst is het stikdonker en om manoeuvreerbaarder te zijn, laten we de zeilen zakken. We varen gebruikmakend van de combinatie kaartplotter en radar, behoedzaam over de banken tussen Juist en Norderney door. Anne en ik turen naar de blinde tonnen en de meeste zien we op heel korte afstand naast het schip passeren. We ankeren onder het eiland Juist, waar zeehondjes zich licht geluid makend afvragen, wat dit nu weer voor vreemde bezoeker is…

Bij daglicht zien we de contouren van de Eemshaven al aan de horizon en het is een genot weer langs de beboeide geulen en de prikken over het wantij te varen. Aan de andere kant van het wantij onder Juist krijgen we de stroom even fel tegen. De beide motoren wat gas erop en de Necton schiet door het water. Bij de Memmert aangekomen, bakboord uit en daar gaan de zeilen weer omhoog. Eénmaal het wantij van de Oostereems over, kunnen de motoren uit en we sluiten deze reis met een prachtige zeiltocht naar Delfzijl af. Op vrijdag 25 augustus meren we om 11.00 weer af bij “onze” Groninger Motorboot Club af. 

 25onderweg naar Rugen 26Strallsund 27SluisNOK  28aHelgoland
Onderweg naar Rugen Strallsund Sluis Kielerkanaal  Helgoland
 28Helgoland 29vertrek Helgoland 30voor anker onder Juist  31weer thuis
Helgoland Vertrek Helgoland
Voor anker onder Juist  Weer thuis

 

 

 

 

Copyright © 2012. Necton.